Toen ik eens met vrienden op een terrasje gefrustreerd uitriep dat de tafel waar we aan zaten ‘pikte’, zei een vriendin gniffelend “weet je dat alleen jullie drie dat zeggen? Pikken?” Ik keek haar oprecht verbijsterd aan; ‘pikken’ en het bijbehorende bijvoeglijk naamwoord ‘pikkerig’ is in mijn ogen zo’n logisch en veelzeggend woord voor iets dat plakt. Aangezien de vriendin in kwestie het dus niet kende en het eerdergenoemde drietal in zijn geheel uit Twente komt, moest het dus wel Twents zijn. Na enige navraag bleken inderdaad alleen mijn Twentse vrienden en familie het woord ‘pikken’ in deze context te gebruiken, de rest van Nederland noemt het steevast ‘plakken’.

Onbewust dialect

Het is interessant hoe iemand die zich dagelijks met taal bezighoudt, zoals ondergetekende, zich er soms toch niet van bewust kan zijn een woord te gebruiken wat geen algemeen Nederlands is (voor zover dat al bestaat natuurlijk). En ondanks dat ik opgegroeid ben in Twente, heb ik nooit met een Twents dialect of accent gesproken. Maar kennelijk pik (pun intended) je echter onbewust toch allerlei dingen op.

Het is opgehouden met zachtjes regenen

Daarnaast heb ik ook, meer bewust, veel woorden en uitdrukkingen overgenomen van mijn oma, die het grootste deel van haar leven in Amsterdam woonde maar uit de Achterhoek kwam. Een lief en grappig dier was een ‘sikkebok’, als ik onder het warme dekbed werd ingestopt was ik een ‘endekûkn’, aardappels heetten liefkozend ‘apies’, een enthousiaste kus was een ‘dikke pakkerd’ en als mijn oma teleurgesteld was over de hoeveelheid eten of drinken die haar werd aangeboden, kreeg je te horen dat het ‘nie vulle’ was. Daarnaast waren er hilarische uitdrukkingen en anekdotes over een vrouw die een nieuwe bh ging kopen (“Doar kan ik ‘t spul nog lange nie in kwiet!”), een grafkist die tijdens de dienst omviel (“Die is wel goed toot, anders had’ie zich wel erreert”) en het prachtig poëtische en oer-Hollandse “Het is opgehouden met zachtjes regenen”.

Gebruik van familietaal

Allemaal woorden en uitdrukkingen die ik, en inmiddels ook mijn man, nog steeds veelvuldig gebruiken. Ze zijn deel geworden van ons lexicon en zijn daarmee een vorm van familietaal geworden. Het is allang geen zuiver dialect meer, maar het zijn uitdrukkingen die zich op een eigen manier zijn gaan ontwikkelen en zich gemengd hebben met andere dialecten en talen. Het worden zo unieke termen die vaak alleen binnen een bepaalde familie gebruikt worden. Mensen buiten deze bubbel zullen deze familietaal (of zelfs vriendentaal binnen een hechte vriendengroep) vaak niet of slechts deels begrijpen.

Tonijnmeisjes

Bovendien verzinnen we binnen familieverband ook vaak onze eigen woorden die geheel losstaan van dialect of taal. Zo noemen wij hier thuis het tevreden snurken van een slapende kat ‘knurven’, heten de vegan producten die we veelvuldig gebruiken oneerbiedig ‘nepmelk’ en ‘nepkaas’, en overdreven uitgelaten studentes noemen we uiterst flauw ‘tonijnmeisjes’ (ooit ontstaan doordat we merkten dat wanneer deze groepjes in de supermarkt samen bepalen wat ze gaan eten het antwoord doorgaans ‘tooo-nijnnn’ was). Naar mijn mening is het creëren van een eigen taal een interessant fenomeen en een ontwikkeling die ik alleen maar kan toejuichen. Taal staat namelijk nooit stil, maar blijft zich altijd evolueren en verrijken, en is voor ieder individu anders en eigen.

Herkenbaar?

Worden er in jouw familie (of vriendengroep) ook specifieke woorden of uitdrukkingen gebruikt waarvan alleen jullie de betekenis snappen? Laat het weten in de reacties!

Wat vond je van deze post? Geef hieronder jouw score:

1 Star2 Stars3 Stars4 Stars5 Stars (1 votes, average: 5,00 out of 5)
Laden...